Dag 24 Vancouver - Amsterdam
En dan is de laatste dag van deze mooie reis aangebroken. Helaas vannacht slecht geslapen door een beginnende verkoudheid. In de ochtend de koffers inpakken voor de terugreis en de auto inladen. We moeten voor 11 uur uitchecken maar gelukkig mogen we de auto nog even in de garage laten staan.
Deze laatste ochtend gaan we ontbijten bij Bellagio, hier zijn we 2 jaar geleden ook geweest. Lekker omelet en gebakken ei, ofwel Sunny Side Up. De winkels gaan voorlopig nog niet open, dus besluiten we om nog wat rond te gaan rijden, we hoeven pas rond 14 uur bij het vliegveld te zijn. Helaas voel ik me niet echt lekker, dus veel doen zit er niet in. We besluiten naar Granville Island te rijden en daar wat rond te kijken. Wat een drukte weer, zelfs op een zondagochtend. Maar we zitten lekker in het zonnetje te genieten van alle mensen, de bootjes die voorbij varen en de zon. Dat is echt nog even genieten.
Daarna rijden we op ons gemak naar Vancouver National Airport. Eerst de auto inleveren en dan inchecken, dat ging echt ontzettend snel. Binnen een half uur waren we klaar, nu wachten tot we gingen boarden. Ik zit rustig ergens te lezen, Walter loopt zoals gewoonlijk wat rond op het vliegveld. Nog even Canadese koekjes met marple sirup kopen voor het thuisfront en dan het vliegtuig in.
We vertrekken mooi op tijd en dan is het een lange zit. We kijken wat TV, lezen wat en proberen te slapen. Het eten is zoals op de heenreis niet heel veel, ook niet echt smakelijk. Gelukkig had ik toch niet veel honger. En dan landen we om 11.30 uur Nederlandse tijd weer op Schiphol. Even wachten op de koffers die gelukkig als een van eerste op de band liggen en dan naar huis. Het gewone leven gaat weer beginnen.
We kunnen terugkijken op weer een prachtige reis. Canada is toch echt een prachtig land, er is zoveel moois te zien. We hebben dan ook weer volop genoten, al zal het ook wel fijn zijn om de familie weer te zien. Nu moeten we het doen met de mooie herinneringen.
Dag 23 Campbell River - Vancouver
Vanmorgen weer de koffers ingepakt om naar onze volgende bestemming te gaan. Maar eerst nog maar even lekker ontbijten in het hotel. We brengen de bearspray naar Eagle Eye Adventure, we mogen hem niet meenemen in het vliegtuig en zij kunnen hem goed gebruiken.
Daarna rijden we naar Nanaimo, een tocht van ongeveer 1.45 uur. Zoals iedere keer moeten we een uur voor de afvaart aanwezig zijn, tijdens het wachten lezen we wat in de auto. De veerboot legt net aan, onvoorstelbaar hoeveel auto's er van de boot af komen rijden. Deze oversteek is niet zo mooi, er zijn geen eilandjes om naar te kijken, dus blijven we binnen zitten.
Rond 13 uur komen we aan bij Horseshoe Bay, vanaf daar is het nog een half uur rijden naar ons hotel. We rijden over de Lions Gate Bridge van Vancouver North naar Stanley Park, het fietspad waar we vorige keer langs hebben gefietst zien we onder ons liggen. Als we aankomen bij Hotel The Burrard is onze kamer nog niet klaar maar we mogen onze auto wel alvast in de garage zetten.
We lopen naar Granville Street, het winkelgedeelte. We slenteren langs winkeltjes en drinken op een terrasje een prosecco en een aperol spritz. Daarna terug naar het hotel waar onze kamer ondertussen klaar is. Alvast online inchecken en even relaxen. Vanavond gaan we als afsluiting lekker eten bij Italian Kitchen, hier zijn we 2 jaar geleden op onze eerste avond in Vancouver gaan eten. Het cirkeltje is rond nu we hier op onze laatste avond gaan eten. Vanavond nog de koffers inpakken voor de terugreis morgen, dan zit deze mooie reis er weer op.
Dag 22 Strathcona Provincial Park
Gelukkig hoefden we vanmorgen niet vroeg op te staan dus hebben we lekker rustig aan gedaan. Helaas was het weer niet al te goed, bewolkt en regenachtig. Maar gelukkig knapte het in de loop van de ochtend op en hadden we de rest van de dag weer een lekker zonnetje. Na een ontbijt in het hotel vertrokken we richting Strathcona PP, dit is het oudste provinciale park in British Columbia en het grootste op Vancouver Island. Het park is opgericht in 1911 en is vernoemd naar Donald Alexander Smith, 1st Baron Strathcona en Mount Royal, een rijke filantroop en spoorwegpionier.

Strathcona PP bestaat uit een ruig, waterrijk berglandschap in het hart van Vancouver Island. In twee gebieden zijn voorzieningen te vinden: bij Buttle Lake en Forbidden Plateau, waar je goed kunt wandelen. De rest van het park is pure wildernis, geschikt voor backpackers die zich graag in de natuur terugtrekken. De 6500 meter dikke Karmutsen Formation is een enorme rotsformatie in het park en populair om te bezichtigen. Het is een opstapeling van tholetisch basalt en breccias uit de Late Trias. Bijzonder aan deze rotsformatie is dat het wellicht het dikst aangeslibde deel van een oceanisch plateau wereldwijd is dat bestaat uit basale sedimentlagen. Deze rotsformaties maken deel uit van de Insular Mountains, een grote vulkanische bergketen die Vancouver Island en de Queen Charlotte Islands vormt. In Strathcona PP is basalt de meest voorkomende rotsvorm. Ongeveer de helft van de bergen, met inbegrip van Golden Hinde (2.195m.), de hoogste berg van Vancouver Island, bestaat uit basalt.
We rijden naar het Forbidden Plateau, dit werd eeuwen geleden al door Comox First Nations gebruikt. Tijdens aanvallen van vijandelijke stammen brachten ze hun vrouwen en kinderen naar het veilige hoger gelegen plateau. Na een aanval van de Cowichan-stam waren de vrouwen en kinderen ineens verdwenen. De mannen zagen roestkleurig korstmos voor bloedsporen aan keerden nooit meer naar het 'verboden' plateau terug; het zou een plek van kwade geesten zijn.
Forbidden Plateau is te bereiken via de Paradise Meadows Trailhead bij Mount Washington. We lopen de Lake Helen Mackenzie/Battleship Lake Loop (8 km), dit is de populairste route in het park. We wandelen in het begin over goed onderhouden paden en vlonderpaden. Maar op een gegeven moment wordt het pad smaller, komen er steeds meer modderpoelen en lopen we over boomwortels en stenen. Maar het is hier echt prachtig.


Mooie meadows worden afgewisseld door bossen met allerlei stroompjes water. Het is erg rustig op de trail, er lopen alleen 2 jonge meiden die we snel voorbij laten gaan. Wij lopen niet zo snel en staan veel stil om foto's te maken. Maar dan komen die meiden opeens terug, er is een beer op de trail. Met zijn vieren overleggen we wat te doen. Wij hebben bearspray bij ons, zij niet. We besluiten als groep verder te lopen en veel te praten. En dan opeens zien we de beer in een meadow. Hij hoort ons en rent weg maar blijft wel in de buurt en tussen een paar bomen blijft hij naar ons kijken. We nemen snel een foto en lopen met zijn vieren verder. Toch wel spannend, in deze dichte bossen en struiken weet je niet wat er rondloopt. Ook wordt er veel gewaarschuwd voor een poema in het gebied.


Aangekomen bij het Helen Mackenzie Lake nemen we afscheid, wij gaan naar het Battleship Lake, de meiden gaan een veel langere hike doen. Het is hier werkelijk prachtig, de rust op het meer, de bergen en bossen erom heen.

Maar het lopen blijft toch wel spannend, ik blijf dan ook veel praten om eventuele andere beren te laten weten dat we eraan komen. En dan zien we weer een beer, deze keer wel wat verder weg. Hij zit rustig in de meadow bessen te eten. We blijven toch maar niet te lang staan, hopen dat hij ons niet in de gaten heeft.

En dan komen we aan bij Battleship Lake, een prachtig groen meer. Het lijkt net een spiegel, zo mooi om de afbeeldingen van de bomen en de bergen in het water te zien.

Terwijl we foto's maken horen we opeens iets ademen achter ons, ik schrik me rot! Het blijkt gelukkig een vrouw met hond te zijn en geen beer. Zij bleef bij ons in de buurt lopen omdat wij steeds aan het praten waren, zij had de tweede beer ook gezien. Je wordt toch een beetje schrikachtig en angstig van het feit dat er beren lopen, natuurlijk wisten we wel dat ze er waren maar we hadden ze nooit eerder tijdens een hike gezien.
We maken nog wat foto's bij de leuke Canadese stoelen, deze keer niet in het rood maar in het geel en dan lopen we via de Paradise Meadows terug naar de parkeerplaats.


Hier staan wat picknicktafels zodat we besluiten om hier in de zon onze lunch te eten. Zo leuk, er kwamen meteen 3 vogels die het brood bijna uit Walter zijn hand pakten.

Omdat het al 3 uur was, besloten we terug te rijden naar Campbell River. Eigenlijk wilden we nog even bij de zalmen in Quinsam River gaan kijken. Hier staan altijd veel vissers. Maar helaas werd de weg vanaf 15.30 afgesloten, het hek ging dicht. Dus maar besloten om terug te gaan naar het hotel. Nog even langs de winkels gelopen maar dat is hier toch niet echt leuk. Ook zie je hier heel veel daklozen, dan voel ik me nooit zo op mijn gemak. Dus maar naar de hotelkamer om wat te lezen en ons om te kleden om te gaan eten.
Morgen verlaten we Vancouver Island en gaan we naar Vancouver, zondag vliegen we weer terug naar huis.
Dag 21 Eagle Eye Adventure
Vandaag stond de wekker om 5.45 uur. We moesten vroeg op want we hadden een beersafari geboekt bij Eagle Eye Adventure. We zouden om 7.30 uur vertrekken en moesten een kwartier van tevoren aanwezig zijn. Gelukkig konden we in het hotel al vanaf 6.30 uur ontbijten, daar waren we wel blij mee. Er waren zelfs meer stellen die al zo vroeg aanwezig waren, we waren in ieder geval niet de enige.
Het kantoor van Eagle Eye Adventure zat op 10 minuten lopen vanaf ons hotel dus we konden vandaag de auto laten staan. Er gingen in totaal 12 mensen mee met de tour. Onze gids van vandaag was de eigenaar van het bedrijf Jos. Iets na half 8 voeren we weg, de zon kwam net op achter de wolken. We moesten 2,5 uur varen naar Toba Inlet, daar begon de daadwerkelijke beersafari.
Toba Inlet is een van de kleinere, maar nog steeds belangrijkste inham van de kust van British Columbia. Het is de 4e in de reeks ten noorden van de 49e breedtegraad die begint met Burrard Inlet, de haven van de stad Vancouver. Tussen Burrard Inlet en Jervis Inlet in het oosten ligt een zoetwaterfjord, Powell Lake, dat is uitgebreid met een klein waterkrachtproject om de grote papierfabriek in Powell River, de belangrijkste stad van het Malaspina-schiereiland van de bovenste Sunshine Coast, van stroom te voorzien. Klahoose 1 Reserve, van de Klahoose First Nation, ligt aan de monding van de Toba River bij het hoofd van Toba Inlet. Toba Inlet en de Toba Valley zijn de thuisbasis van veel grizzlyberen. De Coast Salish-naam van Toba Inlet is Yekwamen (fonetisch) of yɛkʷamɛn (spelling).
De Toba Inlet is relatief kort in vergelijking met de andere grote kustinhammen. De gemiddelde breedte bedraagt slechts 2,5 km en de afstand van de monding van de krachtige rivier Toba tot de monding van de inham bij de samenvloeiing van het Pryce-kanaal en het Homfray-kanaal aan de noordpunt van East Redonda Island bedraagt 35 km.
De 1e niet-inheemse verkenning van Toba Inlet vond plaats in 1792 toen Britse en Spaanse expedities gelijktijdig in het gebied aankwamen. Er was samenwerking tussen de Britten onder George Vancouver en de Spanjaarden onder Dionisio Alcalá Galiano. Vanuit een uitvalsbasis in Desolation Sound werden boten uitgestuurd om de regio te verkennen. Op 25 juni 1792 stelde Vancouver voor om drie groepen in boten uit te sturen. De Spanjaarden boden aan om een van de drie op zich te nemen, dit was het onderzoek naar Toba Inlet. Caytetano Valdés vertrok met een bootgroep op 25 juni en keerde terug op 27 juni, nadat hij had vastgesteld dat de inham gesloten was. Hij beschreef het als een zeer diepe baai, met steile oevers en hoge pieken eromheen. Aan de oostkust vond Valdés een plank ("tabla" in het Spaans) bedekt met schilderingen, die hij beschreef als "hiërogliefen van de inboorlingen". Er waren verschillende lege dorpen. De Spanjaarden troffen geen inwoners aan. Valdés noemde de inham naar de plank die hij vond, Canal de la Tabla. De Britten onderzochten de inham vlak na Valdés en bevestigden voor zichzelf het Spaanse rapport. Vancouver behield de Spaanse naam, die door een fout van een Spaanse cartograaf was veranderd in de huidige vorm: Toba Inlet.

We zijn nog maar net onderweg of we zien al 2 kleine groepen orka's, zo mooi om te zien. De eerste groep die we zagen, had volgens Jos net iets gevangen, waarschijnlijk een zeeleeuw. Blij dat we dat niet van dichtbij hebben gezien. Verder zien we veel Bald Eagles, prachtige vogels. De zee is ruw in de Toba Inlet, de boot maakt dan ook flinke klappen op het water, fijn dat we een dichte boot hebben. We varen door een werkelijk prachtige omgeving, vooral omdat het weer vandaag ontzettend mee zit. De zon schijnt bijna de hele tijd.


Aangekomen bij onze bestemming, staan onze Klahoose-gidsen al op ons te wachten, zij nemen ons mee om de grizzly's te zoeken. We krijgen een uitgebreide uitleg. Er mag absoluut geen eten mee in de bus, ook geen verpakt eten, alleen flesjes water. In de bus mogen we praten, maar zodra we uitstappen moeten we onze mond houden. Er loopt altijd een gids voor en achter ons. We mogen geen flits gebruiken. Na deze uitleg stappen we in de bus en gaan we op pad. We rijden vervolgens de vallei in via boswegen naar de berenkijkplatforms van de rivier, waar we hopen om de Toba Inlet Grizzly Bears te zien tijdens hun herfstritueel van het smullen van terugkerende zalm. Je weet dit nooit zeker, het blijft wildlife.

Klahoose-gids Troy vertelde bij een riviertje dat zijn voorouders hier al woonden, zijn vader en hijzelf waren hier ook geboren en zijn grootouders waren hier begraven. We zagen een bald eagle bij het riviertje, Troy vertelde dat dat geluk brengt, dat het een boodschap van zijn voorvaders is. Daarna reden we door naar de eerste uitkijktoren. We blijven steeds 20 minuten op iedere toren, er zijn in totaal 6 torens. Toen we uitstapten, zagen we in de verte een beer. Maar hij was al heel snel weg, ik denk dat niet iedereen van de groep hem gezien heeft. Verder zagen we geen beren. Wel een bald eagle die iets aan het eten was.

Dus doorgereden naar de volgende toren, weer 20 minuten wachten, weer niets. Ik werd al een beetje bang dat we geen geluk zouden hebben. Ook bij de derde toren hebben we niets gezien. Maar toen kwamen we bij de vierde toren en ja hoor, hier zagen we een prachtige beer. Eerst wat verder weg en tot verdween hij achter de bomen. Na even wachten wilden de gidsen verder gaan maar toen zagen we hem opeens weer tevoorschijn komen. Prachtig om te zien, op zijn dooie akkertje slenterde hij door de rivier. De gidsen besloten om naar een andere toren te gaan omdat we daar waarschijnlijk beter zicht zouden hebben. In de bus vertelden ze dat het een vrouwtjesbeer was genaamd Patience. Ze heeft deze naam gekregen omdat ze een ontzettend goede visser is, ze blijft heel geduldig staan wachten tot de vis vlak bij haar is.

Bij de andere toren zagen we helaas niets, dus weer teruggereden naar de vorige toren. Hier zagen we Patience nog steeds in het water zitten. Toen we de bus uitstapten om foto's te maken, kwam er een andere voorbij. De gidsen hielden deze goed in de gaten omdat deze beer steeds naar ons keek. De gidsen zeiden ons om naar de toren te lopen, heel rustig. Gelukkig liep de tweede beer weer verder en konden wij de volle aandacht geven aan Patience. In de tijd dat wij er waren, hebben we haar 3 zalmen zien pakken en opeten, wat was dat ontzettend mooi om te zien. En toen kwam er als verrassing nog een beer op zijn gemak voorbij lopen. Ook deze probeerde een zalm te pakken, maar dat is niet gelukt. Wat bijzonder om dit mee te maken!!






Helaas moesten we toen weer terug naar de boot, ik had nog veel langer kunnen blijven. Op de terugweg naar de boot vertelde Troy nog dat zij iedere ochtend de raven te eten gaven want als je goed bent voor de natuur, is de natuur ook goed voor jou. Dat had vandaag zeker geholpen. Op de boot kregen we een lunchpakket en voeren we weer terug richting Campbell River. Maar het was nog niet voorbij voor ons. Weer zien we een groep orka's. Ook zien we wat bruinvissen (porpoise) springen, we waren steeds te laat om ze op de foto te zetten.

En dan zien we ook nog een humpback walvis, je zag heel duidelijk zijn staart. Helaas was het niet gelukt om hier een foto van te maken, ik hoop dat ik deze nog kan krijgen via een fotografe die ook met de tour mee was. Terug in de haven zien we ook nog een zeeleeuw en een zeehond, we hebben echt zoveel geluk gehad vandaag.


Het was ondertussen 16 uur geworden en we lopen terug naar de hotelkamer. Walter zou de foto's gaan uitzoeken maar dat was onbegonnen werk, we hebben wel 250 foto's gemaakt. Hij heeft er daarom maar een aantal uitgezocht voor dit verslag, de rest bewerkt hij thuis wel. We zijn vanavond lekker Vietnamees gaan eten, dat was nog best een uitdaging want we kregen alleen stokjes en een lepel. Maar het was wel ontzettend lekker. We kunnen echt terugkijken op een prachtige dag.
Dag 20 Powell River - Campbell River
We kunnen het vanmorgen rustig aan doen, we hoeven pas rond 11 uur bij de veerboot te zijn. We gaan eerst ontbijten in het Seaside restaurant, daar hebben we vouchers voor gekregen. Leuk hoor, ontbijten met uitzicht op zee. Helaas zien we niets meer voorbij zwemmen behalve een heleboel zeemeeuwen. Terug op de kamer pakken we onze spullen in, lezen wat en vertrekken rond 10.45 uur richting haven. Je moet altijd 30-60 minuten van tevoren aanwezig zijn, dus zitten we in de auto ook maar wat te lezen.


Het is niet zo druk op de boot. En het is mooi weer, blauwe lucht, licht bewolkt en niet al te koud. We gaan dan ook weer lekker buiten staan, Walter met zijn verrekijker en ik met fototoestel en videocamera. Er staan meer mensen buiten met verrekijkers dus die houden we ook in de gaten. Als we langs een klein rotseilandje varen, zien we zeeleeuwen liggen.

Ook zie ik er 1 in het water maar die was alweer verdwenen voordat ik een foto kon maken. En dan ziet Walter in de verte weer een spuit water omhoog komen en inderdaad, er zwemmen weer 2 walvissen voorbij. Ik probeer ze op de foto te zetten maar ze zijn echt heel ver weg. Maar goed, we hebben ze wel gezien.

Rond half 2 komen we dan aan op Vancouver Island bij het plaatsje Comox. Vlakbij de terminal van de BC Ferries vinden we het Comox Air Force Museum. Het museum ligt bij de Canadian Forces Base, een luchtmachtbasis waar de Royal Canadian Air Force gebruik van maakt. Dit museum bevat informatie en tentoonstellingen over de geschiedenis van de Canadese luchtmacht.

De vrijwilliger die ons ontvangt, is echt ontzettend vriendelijk. Hij vertelt volop over het museum maar ook over de tijd dat hij in Frankrijk gelegerd was en Amsterdam en Rotterdam heeft bezocht. Het is ook echt een interessant museum, wel triest om te zien hoeveel er gevochten is de afgelopen 100 jaar, de eerste en tweede wereldoorlog, Afghanistan, Japan (Pearl Harbour), Korea, Vietnam maar ook 9/11. Het museum vraagt ook geen entree, je kan wel een donatie doen. Dat doen wij natuurlijk ook. Bij het weggaan krijgen we nog wat stickers van de Canadese luchtmacht en een kaart van Hercules vliegtuig. Echt heel aardig. Ongeveer 500 meter verderop, in het bijbehorende Heritage Air Park, staan historische voertuigen en oorlogsvliegtuigen tentoongesteld.




Daarna rijden we door naar Campbell River, ongeveer 45 minuten rijden. We rijden langs de kust, prachtig om te zien nu de zon volop schijnt.
De eerste kolonisten die in het Campbell River gebied bekend waren, waren leden van het eiland Comox en aanverwante Coast Salish volk. Tijdens de 18e eeuw migreerde een groep First Natives naar het zuiden vanuit het gebied van Fort Rupert en vestigde zich in het Campbell River en voegde samen met de eerste kolonisten. Volgens historici kwamen Europese ontdekkingsreizigers al aan het eind van de zestiende eeuw aan land. Sir Francis Drake zou overwinterd hebben op een plaats net ten zuiden van het huidige Campbell River. Twee eeuwen later, in 1778, bereikte kapitein James Cook het gebied. Hij ging bij Friendly Cove in Nootka Sound aan land. In 1792 bereikte kapitein George Vancouver Quadra Island. Hij vernoemde Discovery Passage naar zijn boot, de HMS Discovery. De kapitein en zijn bemanning ontdekten een kleine groep van 350 inheemse bewoners, van wie de voorouders al 8.000 jaar in het gebied leefden.
De eerste nederzettingen ontstonden in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. De zalmvisserij, al eeuwenlang beoefend door de inheemse bevolking, werd een commerciële industrie. De gemeenschap nam de naam "Campbell River" aan toen het postkantoor in 1907 werd gebouwd. Het gebied stond toen al bekend om de visserij en bosbouw en is nu nog steeds bekend om die industrie.
Ook het sportvissen nam een vlucht. Nadat een autoriteit op dit gebied, Sir Richard Musgrave, zijn wilde verhalen over Campbell River als perfecte visstek en de dertig kilo wegende zalmen die hij er ving publiceerde in een Brits tijdschrift, kwam een stroom sportvissers op gang. In 1924 werd de Tyee Club of British Columbia opgericht die erop toezag dat de zalm niet overbevist werd. Hierdoor nam de populariteit van het gebied juist toe. Zo vestigde E.P. Painter zich in 1925 in Campbell River. Hij opende de Painter’s Lodge in 1929, dat onder andere sterren uit Hollywood trok.
Ondertussen was Campbell River uitgegroeid tot een bevoorradingspunt voor het noorden van Vancouver Island, Quadra Island, de Discovery Islands en de dorpjes in het binnenland. Met de bouw van de Elk Falls Pulp Mill en houtzagerijen in het nabije Tahsis en Gold River veranderde Campbell River na de Tweede Wereldoorlog in een industrieel centrum. Bosbouw, mijnbouw en visserij werden belangrijke bronnen van inkomsten. Tegenwoordig zijn de natuur en vispopulaties vooral bestemd voor recreatiedoeleinden. Het toerisme is de grootste inkomstenbron geworden.
Campbell River, ook wel 'Salmon Capital of the World' genoemd, staat bekend als een perfecte locatie om zalmen te zien. Ze kennen hier 5 verschillende zalm trekken verspreid over het hele jaar door. De grootste zalmtrek start medio augustus. Zalm soorten die ze hier kennen zijn Chum, Coho, Spring, Sockeye en Chinook.
Voordat we naar ons hotel gaan, bezoeken we eerst het Campbell River Museum. Het museum beschikt over een prachtige collectie van maskers, ceremoniële voorwerpen en andere kunstvoorwerpen van de First Nations. Helaas mogen we hier geen foto's maken uit eerbied voor hun religie. Verder kom je er meer te weten over de eerste kolonisten, de zalmindustrie en het belang van de houtindustrie. Buiten het museum staat nog een oude stoommachine. In het winkeltje koop ik een witte kerstbal van de First Nations, de kunstenaar komt dan wel niet uit deze streek maar ik wil geen gekleurde ballen in mijn kerstboom.




Het museum in Campbell River erkent met respect de Liǧʷiɫdax̌ʷ First Nation, op wiens traditionele grondgebied we nu zijn. De Liǧʷiɫdax̌ʷ First Nation bestaat uit de We Wai Kai, Wei Wai Kum en Kwiakah First Nations. Hun naaste buren zijn de Coast Salish Xwemalhkwu, Klahoose en K'ómoks First Nations. Deze naties hebben nauwe banden met het land waar Campbell River zich vandaag de dag bevindt.
Daarna rijden we door naar ons hotel, Comfort Inn & Suites. Voordeel is dat dit hotel midden in het centrum ligt. Jammer is alleen dat we geen uitzicht op zee hebben, maar je kunt niet alles hebben. Walter is aan het kijken waar we straks gaan eten en ik werk weer aan ons verslag. Morgen gaan we op beersafari, daar heb ik echt zo'n zin in.
Dag 19 Madeira Park - Powell River
Het lijkt niet echt op de Sunshine Coast vanmorgen, het regent en is zwaar bewolkt. Tijd dus om verder te reizen. We ontbijten op onze hotelkamer en pakken de koffers weer in. Alles in de auto en op naar Earls Cove, vanwaar we de ferry nemen naar Saltery Bay. Deze overtocht konden we niet reserveren, het is wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dus ook maar een uur van tevoren aanwezig zijn, dat moet tenslotte ook bij de overtochten die we wel gereserveerd hebben. Het is nog heel rustig als we aankomen, we hebben 1 auto voor ons. Omdat het nog steeds regent, blijven we in de auto zitten om wat te lezen.

Keurig op tijd varen we weg. Deze keer staan we niet buiten maar blijven we binnen zitten. Door de laaghangende bewolking is er ook niet veel te zien. Gelukkig kunnen we wel een kop koffie kopen, dat hadden we nog niet op. En we vroegen ons af hoe het met het betalen zat, bij vertrek was er geen loket om te betalen en ook op de boot was niets te zien. Dus vroeg Walter het aan de dame bij wie hij de koffie kocht. En wat bleek, je hoeft niet te betalen bij de overtocht van Earls Cove naar Saltery Bay. Maar wel bij de overtocht van Saltery Bay naar Earls Cove. Het waarom weten we niet, maar voor ons was dit een gelukje.
Bij aankomst in Saltery Bay werd het gelukkig steeds droger en lichter, de zon kwam zelfs een klein beetje door. Omdat het te nat was om te wandelen, reden we meteen door naar het plaatsje Lund. Wel stoppen we nog even bij een prachtig uitzichtpunt. Er stonden hier 2 grote totempalen. Maar wat vooral speciaal was, er waren hier allemaal gedenkstenen van overledenen. Indrukwekkend om te zien. Vlak hierbij zien we ook een bald eagle boven in de boom. Wat een prachtige dieren zijn dat toch. We vervolgen onze weg langs de kust, slingerend tussen bossen en zee. Ik zie ook nog 2 herten maar die konden we niet op de foto zetten.


Het kleine vissersdorpje Lund (Klah ah men) is met haar 800 inwoners een belangrijke stop voor toeristen en dagjesmensen. Veel mensen maken vanuit Lund uitstapjes naar Savary Island, Desolation Sound en naar plaatsen noordelijker aan de kust van British Columbia. Lund is het meest noordelijke plaatsje aan de Sunshine Coast. Daar begint Highway 101, die zuidelijker in de VS hetzelfde nummer behoudt en in combinatie met Highway 1 de prachtige kustweg vormt. Met een andere nummering loopt deze kustweg eigenlijk helemaal door tot aan Quellón in Chili, het meest zuidelijke puntje van de Amerikaanse continenten.

Duizenden jaren voordat de Europeanen voet op Amerikaanse bodem zetten, wordt het gebied rond Lund bewoond door de Sliammon First Nations, die onderdeel zijn van het grotere Coast Salish-volk. Zij leven in eerste instantie van de visvangst, jacht en wilde fruitsoorten. Wanneer de Europeanen arriveren neemt de handel een steeds belangrijkere plaats in. De inheemse volken staan vandaag de dag bekend om hun totempalen, cederkano’s en hun unieke taal.
De stichter van het dorp Lund is Charlie Thulin. Hij noemt de plaats Lund, naar zijn voormalige woonplaats in Zweden. Charlie bouwt de eerste opslagschuur in de haven en begint handel te drijven met de inheemse bevolking. Zes maanden later komt zijn jongere broer Fred over uit Zweden om zijn broer te ondersteunen in de steeds sneller groeiende handel. Wanneer de broers het gebied beter leren kennen ontdekken ze dat er grote vraag is naar accommodaties en onderkomens voor toeristen. De broers bouwen het Malaspina Hotel. Het hotel brandt enkele jaren later af, en het huidige Lund Hotel wordt gebouwd. Het Lund hotel is tegenwoordig het centrum van de stad en heeft een restaurant en een pub met uitzicht op zee.

Lund heeft een handvol unieke winkelmogelijkheden die je niet mag missen. Pollen Sweaters verkoopt truien en hoeden van zuivere wol die in Lund zijn gemaakt en die je zeker zult tegenkomen bij een aantal lokale bewoners. We zijn hier wel gaan kijken, mooie truien maar de prijs viel tegen, minimaal 200 dollar.

Ook kan je in Lund de beroemde kaneelbroodjes kopen. Daar gaan we voor naar Nancy's Bakery. Gelukkig hebben ze ook hartige sandwiches. Walter neemt wel een rozijnenkaneelbroodje voor de lunch. Het was ook echt heel druk bij dit zaakje, verder was het heel rustig in het dorpje.

Daarna reden we terug naar Powell River waar we wat door de winkelstraat slenteren. Bij een souvenirwinkel kopen we koekvormpjes in de vorm van een beer, een squirrel, dolfijn en walvisstaart. Met een beetje geluk zien we hier langs de Sunshine Coast Trail dolfijnen, walvissen en zeeleeuwen.
De stad Powell River (tiskʷat) is de grootste gemeenschap aan de Sunshine Coast met een bevolking van ongeveer 15.000 mensen. Er wonen nog eens meer dan 6.000 mensen in het omliggende regionale district Qathet. Powell River ligt op het traditionele grondgebied van de Tla'amin-natie . ‘qathet’ is een naam die door Tla'amin Nation Elders aan het regionale district is geschonken en betekent ‘samenwerken’.
De geschiedenis van Powell River wijkt niet veel af van het 'standaardverhaal': oorspronkelijk waren het inheemse volkeren die het gebied bevolkten, maar zij moesten op den duur plaatsmaken voor Europese kolonisten die er handelsposten en later ook nederzettingen stichtten. De Sliammon First Nation bewoonden van oudsher het bovenste deel van de Sunshine Coast, de Salish het lager gelegen deel. Ze visten, jaagden en handelden. Ze staan vandaag de dag bekend om hun totempalen, houten kano's en unieke taal.
Eens bevond zich hier de grootste pulp- en papierfabriek ter wereld, nu is het een centrum voor buitenactiviteiten. Er ligt nog steeds een hele grote papierfabriek iets voorbij Powell River. Ik had dan ook verwacht om wat winkels met papier te zien, maar die waren er niet. In de jaren tachtig van de 19e eeuw kwam de houtindustrie op en nam men de eerste papier- en pulpfabrieken in gebruik. In 1930 werkten er 2000 mensen in de fabrieken, die de grootste producent van krantenpapier ter wereld waren.
Na nog even langs de supermarkt te gaan voor ons ontbijt voor morgenochtend rijden we door naar ons hotel, het Beach Garden Resort en Marina. We hebben een mooie ruime kamer met uitzicht op zee en op Texada Island. We stappen dan ook meteen ons balkon op om van het uitzicht te genieten. En dan zie ik weer water de lucht in spuiten, walvissen! Wel heel ver weg maar ze zien ze duidelijk springen, het zijn er 2. Wat is dat genieten. Langzaam komen ze iets dichterbij maar dan duiken ze onder en zien we ze niet meer. Maar het was fantastisch om te zien.



Rond 18 uur rijden we terug naar het centrum om lekker te eten bij Coastal Cookery, we hebben een tafel aan het raam met uitzicht op zee. Morgen reizen we verder, dan nemen we de veerboot naar Vancouver Island voor het laatste deel van onze reis.

Dag 18 Madeira Park
We worden vandaag gelukkig wakker met een zonnetje en een prachtig uitzicht over een klein haventje en de zee. Het is vandaag National Day for Trust en Reconciliation, een nationale herdenkingsdag. De dag eert de kinderen die nooit naar huis zijn teruggekeerd en de overlevenden van residentiële scholen, evenals hun families en gemeenschappen. Er waren 140 federaal beheerde residentiële scholen in Canada die tussen 1867 en 1996 actief waren. De scholen hadden tot doel de inheemse taal en cultuur te elimineren en te vervangen door Engelse of Franse taal en christelijke overtuigingen. In de jaren vijftig begon de regering de beperkingen voor de First Nations of Canada te versoepelen en begon ze te werken aan het sluiten van de scholen. De regering nam in 1969 de controle over de residentiële scholen over van de kerken en in de jaren tachtig waren er nog maar een paar scholen open, waarbij de laatste school in 1996 werd gesloten. Op meerdere plekken zijn herdenkingen en mensen dragen een oranje shirt met daarop de tekst "All children matter". De associatie van de kleur oranje met de First Nations gaat terug tot de oudheid, de kleur staat voor zonneschijn, het vertellen van de waarheid, gezondheid, regeneratie, kracht en kracht.
Na het ontbijt rijden we naar Smuggler Cove, een kleine, pittoreske ankerplaats aan de zuidkant van het schiereiland Sechelt, vlakbij Secret Cove. We maken hier een wandeling van 5 km door een prachtig gebied. Het eerste derde deel van dit pad is een breed en goed onderhouden pad met af en toe vlonders door een gebied met allerlei poelen. Prachtig om te zien. Er staan ook overal informatieborden met onder andere uitleg over de dieren en planten die je hier ziet, erg interessant. Het is gelukkig nog rustig op de trail. Helaas loopt er vlak bij ons wel een groep van 12 senioren die hier uit de buurt komen. Zij praten volop, jammer van onze rust.





Op een gegeven moment stopt het aangelegde pad en wordt het wat uitdagender. We lopen over smalle paden met rotsblokken en boomwortels. Zoals altijd ben ik weer erg blij met mijn wandelstokken. De uitzichten zijn adembenemend mooi en er zijn veel uitkijkpunten waar we even stoppen om te genieten van de omgeving. Het is echt een prachtige wandeling. Toen we terugliepen naar de auto, werd het steeds drukker, ook de parkeerplaats stond helemaal vol. Ik was dan ook blij dat wij vroeg op de ochtend waren gegaan.
Smuggler Cove wordt zo genoemd omdat deze kleine inham zich goed leent voor smokkelaars. Larry Kelly, en voormalig Royal Navy zeeman, gebruikte deze inham om Chinese werkmannen van de Canadian Pacific Railway naar Amerika te smokkelen. De Chinezen hadden hun werk verloren na het voltooien van de Canadian Pacific Railway in 1885. Zij betaalden Kelly 100 dollar om hen naar Amerika te brengen in de hoop daar werk te vinden. Tijdens de drooglegging (1920-1933) werd Smuggler Cove gebruikt door Rum-runners die alcohol vervoerden van Texada Island naar de USA.
Ik had gelezen dat Garden Bay een mooi plekje was met een haventje en wat restaurantjes. Maar dat viel erg tegen, er was niets te doen. Alles was gesloten, waarschijnlijk omdat het Orange Day was. We rijden terug naar Madeira Park en kopen bij de supermarkt wat voor de lunch. Terug op onze kamer eten we de lunch en lezen wat. Rond 15 uur vertrekken we weer, we rijden naar Skookumchuck Narrows, ongeveer 30 minuten rijden. Hier vindt een van de grootste natuurlijke spektakels in British Columbia plaats Skookumchuck Narrows staat ook bekend als stl'ikwu in het Shashishalhem, de traditionele taal die wordt gesproken door de Shíshálh-natie.

Twee keer per dag zorgt de natuur voor een spektakel als het getij verandert en de stroming van het zoute water verandert, waardoor de richting en kracht van de ongelooflijk turbulente Sechelt Rapids omkeert. Het verschil in waterstanden tussen de ene kant van de stroomversnellingen en de andere is soms meer dan 3 meter hoog, waarbij 200 miljard liter water door de Skookumchuck Narrows stroomt die Sechelt en Jervis Inlets met elkaar verbinden. De Sechelt Rapids staan bekend om hun spectaculaire draaikolken en hun aantrekkingskracht op extreme kajakkers en duikers. “Skook”, zoals het liefkozend wordt genoemd, is een van de grote wildwaterwonderen van de wereld.

Het is 4 km lopen om bij de Skookumchuck Narrows te komen. Het pad loopt door een soort van regenwoud, best wel een beetje spookachtig om te zien. Maar ook heel mooi, hoge bomen bedekt met mossen, heel veel varens en heel rustig. Ik had het veel drukker verwacht maar er lopen maar enkele mensen dezelfde kant op als wij. Ik had thuis op internet de tijden van eb en vloed opgezocht zodat we er op het juiste moment zouden zijn maar ging door de rust nu toch twijfelen. Maar dat was gelukkig nergens voor nodig! Na ruim een uur lopen kwamen we aan bij Roland Point. Hier zaten al meerdere mensen op de rotsen te kijken naar het geweld van het water. Deze smalle doorgang is de enige ingang voor het zeewater naar de Seychelt Inlet, bij eb en vloed perst het water zich hierdoorheen, vandaar de hoge golven. En we hebben geluk, er zijn kajakkers bezig in de golven, echt heel gaaf om te zien. Na ongeveer een half te genieten van de golven en de kajakkers, lopen we dezelfde route terug naar onze auto.




Het was ondertussen 18 uur, dus we rijden meteen door naar Aquí Es México, waar we heel lekker Mexicaans hebben gegeten. Het is maar een simpel zaakje om te zien, maar het eten is erg lekker. Het is er ook heel druk, waarschijnlijk ook omdat er op maandag veel restaurants gesloten zijn. Grappig was dat de eigenaar om 19.15 het Open-bord binnenhaalt, er kan niemand meer binnen. Dat zou je in Nederland niet tegenkomen. We zijn moe van het vele wandelen vandaag en gaan op tijd naar bed.
Dag 17 Whistler - Madeire Park
We verlaten Whistler en zakken af naar het zuiden, naar de kust.
Maar eerst rijden we nog even naar Whistler Olympic Park. Hier vonden de Olympische en Paralympische Winterspelen plaats van 2010. We zien de skischansen, maar zien ook dat deze niet meer in gebruik zijn. Verder is er eigenlijk niet veel te zien, ik had er meer van verwacht. Na wat foto's van de Olympische ringen en een enorme Inukshuk, opgestapelde stenen in de vorm van een mens. Inukshuk betekent in de taal van de Native People dan ook "One that looks like a human".


Bij het weggaan stoppen we even bij Alexander Falls is een mooie waterval is, naast de weg richting Whistler Olympic Park. Bij de parkeerplaats is meteen een uitkijkpunt op deze prachtige waterval. Hij is 43 meter hoog en 12 meter breed. Alexander Falls komt uit in de Madely Creek in Callaghan Valley, dit ligt in het gebied van de Squamish en Lil'wat First Nations.

Daarna rijden we verder over de prachtige Sea-to-Sky Highway, al rijden wij natuurlijk van de sky naar de sea. We stoppen bij Brandywine Falls, een spectaculaire waterval van 70 meter waar dit park naar vernoemd is. Vorige keer hebben we deze waterval ook bezocht maar nu lopen we een stukje verder door zodat we prachtige uitzichten hebben op Daisy Lake en de omliggende bergen te zien. Het is maar een korte wandeling maar wel fijn om even de benen te strekken.

We rijden weer verder en stoppen bij allerlei uitzichtpunten. Helaas geven die niet altijd het mooiste uitzicht, maar het is niet anders.

In Squamish stoppen we even bij een supermarkt om iets te halen voor de lunch en voor het ontbijt morgenochtend. Als we verder rijden, komen we uit bij de zee, een fjord genaamd Howe Sound, het is hier echt prachtig. We stoppen even bij Porteau Cove, hier vind je een klein haventje en een grote pier die de zee ingaat. Er zijn hier ook veel duikers, er ligt hier vlak bij de kust een scheepswrak. Het is echt een prachtig uitzichtpunt.
Daarna rijden we door naar Horseshoe Bay, hier vertrekt onze veerboot naar Langdale aan de Sunshine Coast. De boot vertrekt om 14.30 uur en de oversteek duurt 40 minuten. Het is een prachtige tocht, we staan de hele tijd buiten voorop op de boot. En dan zie ik ineens een hoop water omhoog gespoten worden, een walvis! Ik zie nog net een zwarte rug omhoog komen maar hij is helaas te ver weg om foto's te maken. Maar wel heel mooi om te zien.


De Sunshine Coast bevindt zich op de traditionele gebieden van de Squamish (Skwxwú7mesh), Sechelt (Shíshálh) en Sliammon (Tla’Amin) en Klahoose First Nations. Het volk van de First Nations is sinds onheuglijke tijden op dit land. Ze maakten deel uit van het grotere Coast Salish-volk en waren bezig met vissen, jagen en handel, en stonden bekend om hun totempalen, ceder kano's en unieke taal. Tegenwoordig blijven de Coast Salish-mensen cultureel en economisch bijdragen aan de Sunshine Coast.
De Sunshine Coast ligt op het vasteland van British Columbia, Canada (net ten noordwesten van Vancouver) en strekt zich 180 km uit langs de Salish Sea, van Howe Sound tot Desolation Sound. Hoewel het deel uitmaakt van het vasteland van BC, is de regio alleen via de lucht of over het water te bereiken vanwege het bergachtige terrein. Er zijn geen bruggen die de Sunshine Coast verbinden met de regio's Vancouver of Vancouver Island.
We stoppen even in het kunstenaarsplaatsje Gibsons. Je kijkt hier uit over een haven vol vissersboten, allemaal tegen een prachtige achtergrond met uitzicht op Howe Sound, torenhoge kustbergen, Keats Island en de levendige Gibsons Harbour. Daarna rijden we door naar Sechelt. We bekijken de grote granieten rotsblokken in Snickett Park. Sechelt (ch'atlich) ligt op het traditionele grondgebied van de shíshálh (Sechelt) Nation. Het is de naam van een volk, een gemeenschap, een schiereiland en een inham. De gemeenschap van ongeveer 10.847 mensen ligt op een smalle landengte die de Sechelt Inlet scheidt van de Salish Sea.

We rijden verder langs de prachtige kust en proberen zoveel mogelijk binnendoor te rijden. Langs de prachtige Sunshine Coast Highway waar je rotspartijen en glooiende hellingen passeert, ligt Halfmoon Bay. Vlak voor de kust van deze beschutte baai ligt Zuid-Thormanby Island en iets verderop Vancouver Island. ‘s Zomers brengen toeristen graag hun vakantie door in een van de zomerhuisjes dat Halfmoon Bay telt, dit zijn echt prachtige huizen met uitzicht op zee. We rijden Halfmoon Bay binnen via Redrooffs Road, dat zo genoemd wordt vanwege de vakantiehuisjes met rode daken die je langs de route ziet. Ooit werd het gebied rond Halfmoon Bay bewoond door de Shishalb stam, die ook wel Sechelts of she’shalt genoemd werden, wat ‘het volk’ betekent. Op deze prachtige weg zien we opeens ook 2 herten langs de kant van de weg lopen, prachtig.



En dan komen we aan in Madeira Park, onze eindbestemming voor vandaag. Het Pender Harbor-gebied werd oorspronkelijk bezet door de Coast Salish First Nations. Charles Irvine was de eerste Europese kolonist die de regio bewoonde. Hij bouwde een handelspost voor houtblokken en raakte betrokken bij de goudkoorts. In 1904 verkocht hij zijn eigendom aan "Portugese Joe" José Gonsalves en zijn Salish Coast Nation-vrouw, Susan Harris. Volgens lokale bronnen noemden Gonsalves of zijn dochter Madeira Park ter ere van het eiland Madeira in de buurt van Portugal, waar Gonsalves zijn jeugd had doorgebracht. Samen met Garden Bay en Irvine's Landing behoort Madeira Park tot Pender Harbour.
Tegenwoordig is Madeira Park het belangrijkste winkelcentrum voor de Pender Harbour-regio, met banken, een grote supermarkt, een slijterij, een apotheek, ijzerwaren en verschillende kleinere winkels. Government Wharf biedt meer dan 400 meter ligplaatsruimte en ligt op slechts een korte loopafstand van het centrum.
Vanaf onze B&B Enchanter Ocean View Suites hebben we een prachtig uitzicht over de haven en de heuvels er omheen. Echt heel mooi om te zien. We kleden ons snel om en gaan eten bij The Grasshopper Pub, we hebben hier een ook een prachtig uitzicht over de omgeving. Het was hier ook erg druk, veel lokale mensen. Wat ons altijd opvalt zijn de vele TV's in restaurants, er hingen hier zeker 10 TV's, gelukkig wel allemaal zonder geluid. Het was erg mooi om de zon achter de bergen te zien verdwijnen, het is hier echt zo mooi. Nu zijn we terug op de kamer, het verslag aan het schrijven en de foto's uit te zoeken, altijd weer een heel werk.

