canada-2024.reismee.nl

Dag 16 Whistler - e-bike

Vandaag staat er iets minder spectaculairs op ons programma, we gaan fietsen huren om de omgeving rondom Whistler te verkennen.

Het gebied rond Whistler was oorspronkelijk bewoond door de Coast Salish Aboriginals. In 1860 werd het gebied bezocht door kolonisten. De naam Whistler komt van het geluid dat gemaakt wordt door marmotten die in het gebied voorkomen ('whistle' betekent 'fluiten' in het Engels). In het begin van de 20e eeuw bouwden Myrtle en Alex Philip de rainbow lodge in Alta Lake (nu Whistler). In 1914 werd Alta Lake met Vancouver verbonden met een treinverbinding en hierna groeide het gebied al snel als een toeristisch gebied.

De zomer was lange tijd hét toeristenseizoen. Veel bezoekers kwamen er om te vissen. Vanaf 1965 begon de ontwikkeling van het skigebied, met onder andere de aanleg van skiliften op Whistler Mountain, één van de twee bergen bij de stad. Whistler Mountain is een berg in de Fitzsimmons Range van de Pacific Ranges of the Coast Mountains gelegen aan de noordwestelijke rand van het Garibaldi Provincial Park. Voorheen heette de berg London Mountain , genoemd naar een mijnbouwclaim in het gebied. De naam van de berg London Mountain werd in 1965 veranderd omdat de associaties met het slechte weer in Londen slecht werden geacht voor reclamedoeleinden.

Vanwege het succes van Whistler als skibestemming, begon men een aantal jaar later met de exploitatie van Blackcomb Mountain, een 2436 meter hoge berg aan de rand van het Garibaldi Provincial Park. In 1992 werd het skigebied voor het eerst (en zeker niet voor het laatst) gekozen als beste skibestemming in Noord-Amerika. Dit leidde er onder andere toe dat Whistler in 2002 samen met Vancouver werd voorgedragen als stad waar in 2010 de Winterspelen en Paralympics gehouden konden worden. In 2003 winnen ze die bid en de rest is geschiedenis. Whistler Creekside was in 2010 de plaats van het alpineskiën, in Whistler Olympic Park vonden het langlaufen, schansspringen en de biatlon plaats en het Whistler Sliding Centre was het toneel van de bobsleeërs, skeletonners en rodelaars. Hier zijn we gisteren ook langsgekomen met onze tocht met Ziptrek.

We huren e-bikes, dat is voor ons wel beter omdat de tocht ligt heuvelachtig is. Ook wordt geadviseerd om helmen te dragen. Dit omdat de fietspaden ook toegankelijk zijn voor wandelaars en tegenliggers op de fiets niet altijd even goed kunnen fietsen. Natuurlijk zet Walter zijn helm halverwege af, ik houd hem gewoon op. Het is lekker fietsweer, niet te warm, weinig wind. Wel is het bewolkt, de zon zien we niet vandaag. Ook is het niet heel warm, ik had echt mijn jas wel nodig.

Rondom Whistler loopt de Valley Trail, dit is ruim 46 km aan fiets/wandelpaden. Wij fietsen vandaag ruim 22 km. We fietsen eerst richting Lost Lake en het Fairmont Hotel. Deze laatste valt ons tegen, we hebben mooiere gezien. Lost Lake is een klein meer met een zandstrandje. In het meer zit veel regenboogforel, al zien zijn deze niet.

Daarna fietsen we door naar Green Lake, de Fitzsimmons Creek komt hierin uit. Green Lake is een prachtig, levendig turquoise/groen gekleurd meer net ten noorden van Whistler Village. De Sea to Sky Highway loopt langs de rand van het meer. Op het meer vertrekken ook watervliegtuigjes, altijd leuk om te zien. Het meer wordt omringd door dichte bossen die oprijzen tot aan de bergen, prachtig om te zien. Langs het meer ligt de Nicklaus North Golf Course, hierlangs liggen prachtige huizen die uitkijken over Green Lake en de golfbaan.

We steken de Sea to Sky Highway over en vervolgen onze weg langs de RIver of Golden Dreams, een prachtig wetland gebied. Deze rivier loopt van Green Lake naar Alta Lake, hier stoppen we bij Rainbow Park. Dit is een recreatiegebied. We zien veel fietsers, wandelaars. Er is een groep aan het jeu de boules spelen, mensen zitten te schilderen langs de waterkant, echt mooi om te zien. Langs Alta Lake liggen ook schitterende huizen. Alta Lake is het grootste meer in Whistler en heeft drie stranden: Lakeside Park, Rainbow Park en Wayside Park.

Een stukje verderop vinden we Nita Lake. Nita Lake is een rustig klein meer in Creekside, slechts 4 kilometer ten zuiden van Whistler Village. Langs het Nita Lake ligt het waanzinnig mooie hotel Nita Lake Lodge. We stoppen hier even voor een lunch op het terras. We eten een lekker kop tomatensoep met uitzicht op het meer. In de verte zien we een trein rijden, dit keer een passagierstrein, de eerste die we deze reis zien. Net achter Nita Lake ligt Alpha Lake, hier stopt de Valley Trail.

We fietsen terug naar het Whistler Village, dit keer langs de andere kant van Alta Lake. Dit is een leuk stuk om te fietsen, heuvel op en heuvel af, en dan steeds door die prachtige natuur. Tenslotte fietsen we nog rondom Whistler Golf Course, mocht ik hier nog terugkomen dan zou ik daar wel willen spelen. Het is echt een prachtige baan.

En dan zit het er weer op, onze 4 uur huur zit erop. We leveren de fietsen in en slenteren door het centrum terug naar ons hotel. Nog even relaxen voordat we vanavond gaan eten bij The Raven restaurant.

Ondanks dat we niet met de liften naar boven konden, deze waren vanaf 22 september gesloten, hebben we toch heel erg genoten van onze dagen in Whistler. Morgen vertrekken we hier, dan rijden we richting de kust.







Dag 15 Whistler - Ziptrek.com

Vanmorgen lekker rustig aan gedaan. Ontbijtje op de kamer, wat lezen en wat TV kijken. We hoefde pas om 12.30 uur bij Ziptrek Ecotours te zijn.

Langzaam slenteren we door het centrum van Whistler richting de kabelbanen. Daar start onze spannende excursie van vandaag, de zipline! We boffen ontzettend met het weer, vanmorgen regende het nog. Nu wordt het steeds blauwer en verdwijnt de laaghangende bewolking.

Bij Ziptrek aangekomen, krijgen we eerst een uitleg van de gidsen. We zijn met 10 deelnemers en er gaan 2 gidsen mee. Iedere 10 minuten vertrekt er een groep, het is echt nog druk bij deze attractie. Daarna worden we in ons pak gehesen een krijgen we een helm op. Vervolgens lopen we naar een busje die ons naar boven brengt. Ik ben toch wel wat zenuwachtig, gelukkig zijn er meer mensen in de groep die dit nog nooit gedaan hebben. Er is zelfs een echtpaar bij dat ouder is dan wij zijn, dat stelt wel wat gerust.

We stappen uit de bus op 1000 meter hoogte bij het Olympic Station op Whistler Mountain. Daar begint ook meteen de eerste zipline. In totaal gaan we 5x met een zipline, ook lopen we langs 4 boomtoppenhangbruggen en torenhoge uitkijkplatforms. De totale tocht duurt dan ook ruim 2,5 uur.

Afijn, aangekomen bij de eerste zipline, ook nog de een na langste van allemaal, wordt er gevraagd wie er als eerste wil gaan. En natuurlijk, Walter zegt ja. Bij deze zipline kan je met 2 man tegelijk naar beneden. Een van de gidsen is al naar de overkant om ons op te vangen. We krijgen nog wat uitleg, zoals dat je sowieso gaan draaien en dat je daar niet veel tegen kan doen, waar je je handen moet laten zodat ze niet tussen de draad en de katrol komen en dat je vooral moet genieten. En dan worden we vastgemaakt aan een ijzeren kabel. We moeten een steil trapje boven een vallei aflopen en zodra je voelt dat je in het pak zit, laat je jezelf gaan.

En dan vlieg je!! Zo fantastisch, het gaat ook zo snel en er is zoveel te zien. Echt prachtig. Ik kom echt helemaal gelukkig aan de overkant aan, op Blackcomb Mountain. In de vallei stroomt de Fitzsimmons Creek, deze komt uit in Green Lake. We gaan met iedere zipline steeds op en neer tussen Whistler Mountain en Blackcomb Mountain. Het is echt zo leuk om mee te maken. Na de eerste zipline gaan de andere steeds makkelijker. We lopen steeds naar een volgend station door een prachtig bos op de berg, ook zien we hier veel mountainbikers naar beneden gaan. De langste van de 5 ziplines is 370 meter lang en heeft een afdaling van 30 meter, je gaat dan zo ontzettend snel.

Ik ben zo blij dat we dit gedaan hebben, het is echt een van de hoogtepunten van deze vakantie. Gelukkig had Walter een GoPro meegenomen zodat we onszelf konden filmen tijdens een afdaling. Echt heel leuk om terug te zien. Het was zijn geld echt waard, we hebben volop genoten. Rond half 4 waren we terug in het dorp.

We hebben op een terras in de zon lekker een wijntje genomen met wat Mozzarellasticks erbij, nagenietend van deze bijzondere ervaring. Daarna terug naar de kamer om ons om te kleden en wat te relaxen. In de avond zijn we bij Earl's gaan eten, een bekende keten in Canada. Lekkere pittige chickenwings en voor mij een pulled chicken sandwich en voor Walter pasta. Een lekkere fles wijn erbij en we sluiten deze dag goed af.


Dag 14 Cache Creek - Whistler

We worden vanmorgen wakker met een zonnetje. Dat ziet er toch anders uit dan de regen van gisteren. We zijn vergeten om wat te halen voor het ontbijt, gelukkig liggen er op de kamer wat granenkoeken. Ook hebben we nog wat jus d'orange, dus dat wordt het ontbijt. Walter zet nog even de foto's bij het verslag van gisteren, Wifi is vanochtend een stuk beter dan gisteren. En dan weer naar de auto om op pad te gaan. Toen we auto stonden, kwam een vrouw vragen hoe onze overnachting was geweest, of de kamer schoon was. Zij had aan de overkant overnacht en vergeleek dit met het Bates-hotel :) Niet echt een aanrader dus.

Vlakbij ons motel was de Hat Creek Historic Ranch, hier zijn we 2 jaar geleden geweest om het openluchtmuseum te bezoeken. Nu zijn we er gestopt om een kop koffie te drinken. En daarna weer verder op pad, eerst een stuk via de Transcanadian Highway, dan Highway 99 en tenslotte nog een stukje van de Sea-to-Sky Highway.

Onze eerste stop was bij Marble Canyon Provincial Park. Het is gebied van de First People, dat zie je overal aangegeven staan. Marble Canyon ligt in een brede, kalkstenen ravijn. Er zijn 3 meren, Turquoise Lake en Crown Lake liggen naast elkaar, een stukje verder ligt Pavilion Lake. In dit laatste meer bevinden zich zeldzame koraalachtige opeenhopingen van afzettingsgesteente. Enkele hiervan zijn vier meter hoog en wel 11.000 jaar oud.

Helaas kunnen we hier niet vlakbij komen, er wonen mensen langs het meer en alle kleine weggetjes zijn privé bezit. De verweerde pieken, bekroond door de opmerkelijke Chimney Rock, hebben het uiterlijk van een afbrokkelende kasteelmuur. Deze kloof was ooit onderdeel van een Pacifische eilandengroep, waarvan een ander deel in de noordwestelijke hoek van de provincie ligt. Een waterval aan de andere kant van het toepasselijk genaamde Turquoise Lake herinnert je aan de kracht van de elementen om uiteindelijk alles te verslijten. Tussen Crown Lake en Turquoise Lake is wel een stopplaats. We lopen langs de waterkant van Crown Lake naar Turquoise Lake. Ik dacht de we ook naar de waterval konden wandelen maar dat was helaas niet zo. In het verleden is hier wel een pad geweest, dat zagen we wel maar het bruggetje om daar te komen was helemaal kapot. Ook konden we vanaf de kant waar we stonden geen waterval zien. Ondanks dat was het toch een prachtige omgeving.

Daarna reden we verder, toch nog steeds door een prairie landschap. Diep onder ons in een kloof zien we de Fraser River, niet blauw maar bruin van kleur. Heel in de verte zie ik 2 herten, maar dat is dan ook al het wild wat we zien, uitgezonderd de vele vogels. We stoppen regelmatig voor foto's. Langzaam verandert het landschap weer, de bomen komen terug, sommige al met prachtige herfstkleuren.

We stoppen bij Stenton Lake, hier is ook een flinke dam. Ik wilde hier een wandeling naar een uitzichtpunt maken. Helaas hebben we het begin van de trail niet kunnen vinden, volgens de navigatie zouden we een steil, smal grindpad naar beneden moeten volgen maar dat durfden we geen van beide aan.

De tocht gaat verder langs de Cayoosh Creek, een werkelijk prachtige tocht. Slingerachtige weg door bergen en bossen. We stoppen bij de Cayoosh Creek Campground, deze is verlaten maar we nemen hier wel prachtige foto's van de rivier. Ook staan er toiletten, weer een pot boven een diep gat in de grond maar als je echt moet plassen is dat prima. In de auto eten we een lunchreep en dan rijden we weer verder.

Helaas begint het rond 14 uur dan toch te regenen, dit hadden we ook al wel verwacht gezien de weersvoorspellingen. De wandeling naar Nairn Falls slaan we dan ook maar over, de regen komt met bakken uit de hemel. Wel stoppen we even in Pemberton om de benen te strekken en meteen wat boodschappen te doen voor het ontbijt morgenochtend. We komen rond 15 uur in ons hotel aan, de kamer is nog niet klaar maar we mogen alvast wel de auto in de ondergrondse garage zetten. Dan alvast maar wat door het gezellige Whistler slenteren, al is dat met de regen ook een stuk minder gezellig. Wel mooie winkels met vooral veel wintersportkleding.

Whistler is een resortstadje dat vooral bekend is vanwege een van de grootste skigebieden van Noord-Amerika: Whistler-Blackcomb. In de zomer kun je er goed wandelen, fietsen, golfen en genieten in de spa's. Rond Whistler liggen verschillende meertjes met zandstranden. Vergeet vooral niet een rit te maken met de Peak-to-Peak Gondola, een gondel tussen de twee hoge bergtoppen.

Whistler ontstond in 1914 met de bouw van Rainbow Logde en de aanleg van de Pacific Eastern Railway. De spoorlijn verbond de vallei met de buitenwereld. Het plaatsje dat ontstond kreeg de naam Alta Lake, vernoemd naar het meer dat in de buurt ligt. Vanwege het geluid van de marmotten die er leefden, werd de plaats door kolonisten omgedoopt tot Whistler – 'to whistle' betekent fluiten. Langzaam maar zeker werd Whistler een centrum voor bos- en mijnbouw. Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw werden er in de vallei bovendien steeds meer lodges gebouwd. De zomer was lange tijd hét toeristenseizoen. Veel bezoekers kwamen er om te vissen. Vanaf 1965 begon de ontwikkeling van het skigebied, met onder andere de aanleg van skiliften op Whistler Mountain, één van de twee bergen bij de stad. Deze berg kreeg toen een naam Garibaldi Whistler Mountain. Vanwege het succes van Whistler als skibestemming, begon men een aantal jaar later met de exploitatie van Blackcomb Mountain, de tweede berg nabij Whistler. In 1992 werd het skigebied voor het eerst (en zeker niet voor het laatst) gekozen als beste skibestemming in Noord-Amerika. Dit leidde er onder andere toe dat Whistler in 2002 samen met Vancouver werd voorgedragen als stad waar in 2010 de Winterspelen en Paralympics gehouden konden worden. In 2003 winnen ze die bid en de rest is geschiedenis. Whistler Creekside was in 2010 de plaats van het alpineskiën, in Whistler Olympic Park vonden het langlaufen, schansspringen en de biatlon plaats en het Whistler Sliding Centre was het toneel van de bobsleeërs, skeletonners en rodelaars.

Rond 16 uur zijn we terug bij Summit Lodge Boutique Hotel. We krijgen een prachtige ruime kamer met keukentje, eettafel en zithoek. Balkonnetje met uitzicht op zwembad en hot tub. In de avond gaan we eten bij 21 Kitchen & Bar. Een leuk restaurant waar we 2 jaar geleden ook zijn geweest. Terug op de kamer besluiten we om voor morgen toch een Zipline tour te reserveren, de weersvooruitzichten zijn dan een stuk beter. Lijkt me heel leuk maar ook heel spannend, we gaan het zien.

Dag 13 Revelstoke - Cache Creek

Vandaag verlaten we Revelstoke en rijden naar Cache Creek. Maar eerst nog een keertje ontbijten in het Stoke Hotel. Vandaag bofte Walter, ze hadden verse wafels, wentelteefjes en pancakes. Dus dat was genieten voor hem. Daarna de koffers iets anders ingepakt. In Cache Creek blijven we maar 1 nacht, dus maken we de handbagage koffertjes klaar om mee te nemen voor de nacht. Dan kunnen de grote koffers in de auto blijven.

Onze eerste stop is bij het Three Valley Gap Heritage Ghost Town. Gesitueerd tussen de heldere wateren van het Three Valley Lake en steile kliffen van de Monashee-bergen ligt het opvallende resort Three Valley Lake Chateau. In dit spookdorpje waan je je in het British Columbia van 1800. Er zijn meer dan 25 historische gebouwen te zien, een automuseum met auto’s uit 1900, en een Railway Roundhouse waar kleine locomotieven en spoorwegmachines staan. Het is echt heel leuk, we zien een kerkje, scholen, saloons, barbershop, winkels, een hotel. En 2 mooie oude treinwagons voor de rijken. De meeste gebouwen zijn ook ingericht met spulletjes uit die tijd, echt heel interessant om te zien. We brengen hier dan ook bijna 2 uur door, veel langer dan verwacht.

Daarna rijden we door naar een mooi uitzichtpunt over het meer, het Three Valley Lake Lookout Point. We rijden verder over de Trans Canadian Highway, steeds langs een prachtig groot meer, Shuswap Lake. In het plaatsje Canoe stoppen we even om op een lange pier wat foto’s te maken.

Onze volgende stop is bij Dutchmen Dairy in Sicamous. Dit bedrijf is opgericht door Nederlanders. Ze hebben Nederlandse Holsteiner koeien en verkopen melk, kaas en zelfgemaakt ijs. Ook verkopen ze allerlei Nederlandse producten van de Jumbo, zo grappig. Walter neemt natuurlijk een ijsje en we kopen een broodje voor de lunch.

Daarna rijden we weer verder langs de Thompson River. Helaas is het weer een stuk slechter geworden, regelmatig rijden we door een zware regenbui. Als we in Kamloops aankomen is het droog en we besluiten om even de benen te strekken. We zoeken een parkeerplaats en lopen heen en weer door de winkelstraat. Waar ik wel moeite mee heb, zijn de vele daklozen die je hier ziet. Vaak in walmen van marihuana. Ik voel me dan toch nooit zo op mijn gemak.

Dan rijden we door naar onze eindbestemming van vandaag. Het landschap hier is heel anders dan we tot nu toe gezien hebben. Geen bossen, maar heuvels met struiken en gras. Het lijkt net een prairie, met een beetje fantasie zie je First Nations op bizons jagen. Al zien wij hier niets wat betreft wildlife, het is echt uitgestorven, helaas.

Over de geschiedenis en oorsprong van de naam Cache Creek doen vele verhalen de ronde. Sinds het begin van de 19e eeuw kwam de naam Rivière de la Cache (Cache Creek in het Engels) veelvuldig in gebruik bij Franse handelaren. Cache betekent in het Frans verstopplek. Volgens de legende maakten bandieten bij een overval op een transport van de Hudson's Bay Company een goudschat buit. Om sneller te kunnen vluchten verstopten ze het goud. De bedoeling was de buit later op te halen, maar voordat die mogelijkheid zich voordeed waren alle rovers gestorven. Bij een andere versie van het verhaal vermoordde een gewapende overvaller een mijnwerker en ontvreemdde hem tachtig pond goud. Een bewoner had het tafereel van een afstand gadegeslagen en zette de jacht op de overvaller in. De overvaller raakte hierbij zwaargewond en verstopte zijn buit alvorens hij verdween. Hij keerde nooit meer terug om de buit op te halen. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze wilde legendes niets meer dan sterke verhalen zoals die wel meer verteld werden in de Cariboo-regio. Toen de naam Rivière de la Cache omstreeks 1835 voor het eerst op een kaart verscheen, was er namelijk nog helemaal geen goud gevonden in de wijde omtrek. Het ligt meer voor de hand dat de naam door handelaren gegeven is die een stop in het dorpje maakten en hun bezittingen en handelswaar daar veilig opborgen.

Rond 1860 werd er goud ontdekt in de Fraser Canyon. De Cariboo Wagon Road werd aangelegd om mijnwerkers en goederen naar de noordelijke goudvelden bij Barkerville te krijgen. Cache Creek was een mooie stopplek voor de mijnwerkers. Cache Creek beleefde haar bloeitijd tijdens de goudkoorts in de 19e eeuw. Het was een handelspost waar goudzoekers overnachtten en pelshandelaren zich verzamelden. Nu trekken vooral de prachtige omgeving en het gunstige klimaat veel bezoekers.

Het deel ten westen van de Fraser River wordt ook wel Cowboy Country genoemd: hier liggen de grootste ranches van British Columbia. Cache Creek was eens een zeer belangrijke bontstad, maar sinds de opening van de Coquihalla Highway is het een heel rustig plaatsje geworden.

In de regen komen we aan bij Destination Inn in Cache Creek, ons motel voor vannacht. Voor 1 nachtje is hier niets mis mee. Het meisje bij de balie zei ons dat alles hier om 19 uur gesloten is, we besluiten om dan maar eerst iets te gaan eten. We lopen naar Bearclaw hotel & restaurant op 5 minuutjes lopen vanaf ons motel. Na de standaard burger zijn we nu terug op de kamer en kijken wat naar Netflix.


Dag 12 Revelstoke

Vanmorgen werden we wakker met een dik wolkendek en laaghangende bewolking. Jammer, want we wilden vandaag een mooie bergroute rijden. Maar goed, de voorspellingen voor vandaag waren wel goed, dus we gaan eerst maar eens ontbijten. Deze keer zat dat bij onze overnachting. Lekker hoor, gebakken eitje, yoghurtje, koffie en jus d’orange, wij waren weer klaar voor de dag. Omdat het nog vroeg was en het weer nog niet opklaarde, zijn we nog even naar de hotelkamer teruggegaan om wat te lezen.

Rond 10 uur zijn we naar het centrum van Revelstoke gereden om het Revelstoke Museum te bezoeken. Het is een klein museum over het ontstaan van Revelstoke. Natuurlijk speelt de Canadian Pacific Railway hierbij weer een grote rol. Maar er was ook veel te zien over het ontstaan van skispringen wat hier in de omgeving is ontstaan. Heel leuk om te zien. Daarna nog even naar de supermarkt om iets te halen voor de lunch en dan richting Mount Revelstoke National Park. Gelukkig was het weer inderdaad opgeklaard, blauwe luchten met wat wolken en een temperatuur van rond de 20 graden.

Mount Revelstoke NP is een plek van contrasten. Tijdens een rit over de 26 kilometer lange Meadows in the Sky Parkway naar de top van de 1.920 meter hoge Mount Revelstoke zie je valleien, weiden, regenwouden en bergen met besneeuwde toppen. De Meadows in the Sky Parkway werd in 1927 voltooid. Het NP meet slechts 260 km² en is daarmee een van de kleinere nationale parken. Het ligt in de Selkirk Range, een bergrug die samen met de Purcells, Cariboos en Monashee Mountains deel uitmaken van de Columbia Mountains. Deze bergketen ligt westelijk van de Rockies en onderscheidt zich duidelijk in geologische en klimatologische zin. De gesteenten die je aantreft zijn veelal stollingsgesteenten (vulkanisch) en metamorf gesteente (onder hoge druk veranderd van vorm). Hiermee ogen de bergen in Revelstoke anders: niet de typische gelaagdheid van een afzettingsgesteente zoals in de Rockies, maar donkere, meer afgeronde bergruggen. Er valt beduidend meer regen en sneeuw waardoor de begroeiing uitbundiger is dan in de Rockies. In de valleien groeit dankzij de uitbundige regenval een ‘interior’ gematigd regenwoud, vol rode ceder, hemlock en in de ondergroei duivelswandelstok en aronskelk. Vanaf 1.300 m hoogte krijgen de grote sierspar en subalpiene spar de overhand en verschijnen steeds meer bergweiden vol bloemen, van een onvoorstelbare kleurenrijkdom. Vanaf 1900 m hoogte verdwijnt het bos helemaal en gaan de bloemweiden over een in stuggere toendravegetatie, waar 9 maanden per jaar sneeuw ligt.

De belangrijkste weg is de Meadows in the Sky Parkway naar Balsam Lake, vlak bij de top van de 1.920 meter hoge Mount Revelstoke. De weg erg smal is en meerdere haarspeldbochten telt. Dit deel van de weg heet ook wel de Lower Parkway. Aan de Lower Parkway liggen zeven uitkijkpunten.

Maar we stoppen eerst bij Nels Nelsen Historic Ski Area. De Mount Revelstoke Ski Hill-site heeft een geschiedenis die net zo oud is als de nederzetting zelf. Een lokale mijnwerker introduceerde "Norwegian Snowshoes" al in 1892 in Revelstoke en het jaar daarop werd de eerste skiclub opgericht. Skiën ontwikkelde zich gelijktijdig in oostelijk en westelijk Canada, maar vanuit dezelfde bron: Noorwegen. Skiën in Noord-Amerika werd nauw geassocieerd met Noordse immigranten die boerden, hout kapten en mijnen. Ze vormden skiclubs waar ze zich ook vestigden en organiseerden Noorse wedstrijden die vanaf het begin enorme menigten trokken. De Revelstoke skiclub werd in 1914 gereorganiseerd door Sigurd Halverson en Nels Nelsen (wereldrecordhouder en lid van de BC Sports Hall of Fame), hetzelfde jaar dat Mount Revelstoke NP werd opgericht. In februari 1916 verbrak Nels Nelsen het wereldrecord door 183 voet te springen op de skischans van Revelstoke.

Tegenwoordig is schansspringen een toeschouwersport en zijn er maar weinig skihellingen die een schans hebben. Maar in de beginjaren van het skiën was springen de belangrijkste focus van de sport. Van 1915 tot eind jaren 60 werden er jaarlijkse schansspringwedstrijden gehouden op Mount Revelstoke, de langste periode van alle Canadese schansspringlocaties. Revelstoke was de grootste natuurlijke schansspringheuvel in Canada en internationaal erkend als een van de beste in Noord-Amerika. De lengte en natuurlijke helling van de 600 m hoge heuvel maakten sprongen van meer dan 60 meter mogelijk, de langste in Canada. Het was ook de enige heuvel in Canada waar wereldrecords voor schansspringen werden gevestigd, in 1916, 1921, 1925, 1932 en 1933. Vanaf de jaren 30 begon de nadruk te verschuiven naar downhill- en slalomskiën, maar springen bleef een toeschouwersport. Nog in de vroege jaren 60 verbeterden de Revelstoke Ski Club en het park de springfaciliteiten, inclusief de bouw van de jurytoren die er vandaag de dag nog steeds staat. De laatste wedstrijd in het park werd gehouden in 1971, 56 jaar na de eerste. De Mount Revelstoke Ski Hill was twee jaar eerder gesloten ten gunste van een nieuwe commerciële ontwikkeling buiten de parkgrenzen.

Bij de Nels Nelsen Historic Area aan de voet van Mount Revelstoke zien we nog de oude skipistes, de jurytoren is een prominente lokale bezienswaardigheid. Er is hier een bronzen “skipak” waar je in kan staan voor een leuke foto en om het gevoel te krijgen wat Nels Nelsen had vlak voordat hij sprong.

We stoppen op meerdere plekken voor het mooie uitzicht over de Monashee Mountains en de Columbia River, het is hier echt schitterend. Het is ontzettend helder geworden zodat we heel ver kunnen kijken.

We rijden door tot de parkeerplaats bij Balsam Lake en parkeren hier de auto. Hier begint de Upper Summit Trail. In ongeveer een half uur lopen we de kilometer lange trail naar de populairste locatie van het park: de bergweiden op de top. Vanaf daar lopen we door naar de Historic Fire Lookout, nog even een klimmetje. Maar zo ontzettend de moeite waard. Wat is het hier ontzettend mooi, je hebt een prachtig uitzicht over de hele omgeving. Het is niet te beschrijven hoe mooi het hier is, de zon op de bergen, de groene weiden, in de diepte de Columbia River. Zo prachtig, ik heb er geen woorden voor.

Er zijn vijf historische uitkijkposten bij een brand in de buurt van Revelstoke, vanaf hier keken boswachters naar blikseminslagen en hielden ze bosbranden in de gaten. In de hele provincie werden tientallen, zo niet honderden uitkijkposten gebouwd. Rond Revelstoke staan er nog vier overeind en de fundering van een vijfde blijft; ze zijn allemaal toegankelijk via de paden die bijna een eeuw geleden zijn aangelegd. Gelegen nabij de top van Mt. Revelstoke, is de goed onderhouden Summit Fire Lookout het gemakkelijkst te bereiken.

De Summit Fire Lookout is een houten frame van twee verdiepingen met een buitenbekleding van houten dakspanen en dakspaan. Het bestaat uit een vierkante frameconstructie met daarboven een kleinere vierkante koepel, met ramen aan alle vier de zijden. Het is gebaseerd op een Amerikaans ontwerp, afkomstig van de United States Forest Service, en in het begin van de 20e eeuw in Canada geïntroduceerd. Het ontwerp biedt brandweerlieden maximaal zicht in alle richtingen. De Summit Fire Lookout is een erkend federaal erfgoedgebouw vanwege zijn historische associaties en zijn architectonische en ecologische waarde.

We zitten hier heerlijk op een bankje te lunchen en genieten van het prachtige uitzicht. Natuurlijk nemen we ook weer veel te veel foto’s maar dat doet iedereen die hier rondloopt. Langzaam lopen we terug naar het einde van de Summit Trail. Omdat Walter naar de toilet moet, loop ik nog wat rond en zie een trail aan de andere kant van de berg. Deze trail heet Follow the Footsteps en verwijst naar de Native People die hier leefden. Het is een korte hike van ongeveer 500 meter. Walter heeft wel even genoeg gelopen, dus ik ga alleen de trail lopen. Daar heb ik geen spijt van, ik zie weer prachtige uitzichten, wat is het hier ontzettend mooi.

Daarna lopen we weer terug naar de auto en rijden langzaam weer naar beneden. Het was echt een prachtige tocht. Omdat Revelstoke nog een paar oude, historische gebouwen heeft, rijden we nog naar het Court House, een mooi oud gebouw.

Ook rijden we nog naar de oude school, maar deze valt een beetje tegen. We rijden nog wat langs de Columbia River voor een mooi uitzicht op de spoorbrug en gaan dan terug naar ons hotel om ons om te kleden voor het eten. We gaan nogmaals eten bij restaurant 112, dat was ons gisteren goed bevallen. Nu relaxen we wat op de hotelkamer voordat we zo meteen lekker gaan slapen, na al dat wandelen zijn we wel toe aan wat rust.



Dag 11 Golden - Revelstoke

We verlaten Golden vandaag en rijden richting Revelstoke. Maar eerst tanken we nog even in Golden, er is tussen beide plaatsen geen mogelijkheid om te tanken en dan heb je het toch al snel over ruim 150 km.

We rijden door het prachtige Glacier National Park. Helaas is het de hele dag bewolkt met veel laaghangende bewolking in de bergen. De uitzichten zijn dus minimaal. Glacier NP is het tweede oudste nationale park van Canada en staat geheel in het teken van gletsjers. Vierhonderd gletsjers geven het landschap vorm en voeden de verschillende kristalheldere meren. Omdat Glacier NP in de Columbia Mountains ligt, is het rijk aan steile bergen en smalle valleien.

Er is zeer weinig bekend over de menselijke geschiedenis van het park vóór de komst van de spoorwegen in 1860. Archeologisch onderzoek heeft de aanwezigheid van First Nations in het gebied niet bevestigd, hoewel er bij de aanleg van de infrastructuur in het park vondsten zijn gedaan die op vroegere bewoning duiden. De lange, koude winters met hun frequente sneeuwval en dodelijke lawines, de dichte begroeiing van het gebied in de zomer en de slechte jaag- en vismogelijkheden maakten het gebied dat nu Glacier NP is waarschijnlijk een minder aantrekkelijk leefgebied voor de First Nations dan de naastgelegen valleien van de Columbia-rivier.

In de late 19e eeuw vormden de Selkirk-bergen het laatste obstakel op de route van de aan te leggen Canadian Pacific Railway. Albert Bowman Rogers kreeg de taak een route voor de spoorlijn te vinden. In 1882 ontdekte hij een geschikte bergpas (later Rogers Pass genoemd) en drie jaar later was de transcontinentale spoorlijn en daarmee de belangrijkste verbinding tussen oost en west gereed. Canada was nu niet meer afhankelijk van vervoer over het water en het binnenland werd ontsloten. Dit leidde tot de stichting van nieuwe dorpen en de oprichting van Glacier NP en Yoho NP. De spectaculaire omgeving, samen met de net voltooide spoorlijn, bood de spoorwegmaatschappij enorme kansen met het oog op toerisme. Hotels en gastenverblijven verrezen, zodat treinreizigers de omgeving verder konden verkennen. Het Glacier House Hotel en het bijbehorende recreatiecomplex bood in de 19e eeuw al maaltijden en accommodaties, maar ook sightseeing, bergsporten en grotexcursies. In 1899 werden er Zwitserse gidsen ingehuurd om groepen te begeleiden bij het betreden van gletsjers en tochten door de bergen. De Great Glacier (nu de Illecillewaet Glacier genoemd), vlak bij het Glacier House was een belangrijke attractie.

Lawines, bosbranden en modderstromen maakten het ondertussen steeds gevaarlijker en moeilijker om de spoorweg ter hoogte van Rogers Pass open te houden. In 1916, dertig jaar na de ingebruikname, besloot de spoorwegmaatschappij de pas te sluiten en tunnels aan te leggen. Een jaar later was de negen kilometer lange Connaught Tunnel klaar voor gebruik. Glacier House lag niet meer aan de route en sloot als gevolg van teruglopende bezoekersaantallen haar deuren. Vanaf dat moment werd het 35 jaar lang stil in het park, met niet meer dan duizend jaarlijkse bezoekers. In 1962 keerde het tij. Met de voltooiing van de Trans-Canada Highway werd Rogers Pass opnieuw een belangrijke verkeersroute. Er zijn talloze overblijfselen uit de tijd van de constructie van de spoorweg in het park achtergebleven: stenen bruggen, bouwmaterialen en andere objecten die met de constructie van de spoorweg te maken hebben.

Onze eerste stop is bij Rogers Pass, het bekendste overblijfsel uit de tijd van de spoorwegaanleg. Hier reed jarenlang de trein die Oost- en West-Canada met elkaar verbond. Rogers Pass is nu een National Historic Site ter herinnering aan de essentiële rol die het speelde in de spoorweggeschiedenis en in de totstandkoming van de nationale parken. In het Rogers Pass Discovery Centre vind je tentoonstellingen over wilde dieren en de geschiedenis.

Bij het centrum begint de Abandoned Rails Trail. Dit pad volgt een verlaten spoorweg naar het Summit Monument. Onderweg staan informatieborden over de Rogers Pass en de spoorlijn die hier ooit lag. Ik wilde deze wandeling dan ook wel doen. Maar het viel erg tegen. De informatieborden zijn nergens meer te bekennen en je loopt gewoon langs de Highway. Niets bijzonders. Het Summit Monument was wel even leuk om te zien maar daar hadden we ook met de auto langs kunnen rijden. Van de verlaten spoorlijn is niet veel meer te zien, niet echt een aanrader dus.

Daarna doorgereden naar Loop Brooke Trail. Dit wandelpad van 1,7 kilometer lang is in geschiedkundig opzicht een van de mooiste routes in het park. De spoorlijn maakt om het hoogte verschil te overbruggen, 2 U-bochten (een soort S) hierbij moet hij tweekeer over een riviertje.

De tocht loopt langs overblijfselen uit het spoorwegtijdperk. De objecten die je tegenkomt waren ooit onderdeel van een spoorlijn die door de vallei liep en behoren tot de oudste mens-gemaakte overblijfselen in West-Canada. Het is echt een prachtige wandeling langs oude pijlers van de bruggen waar de trein overheen reed.

Je loopt hier wel over het oude spoor en ziet nog de resten van het spoor dat vernietigd is door een lawine. Er werd wel gewaarschuwd voor beren en we liepen door dichtbegroeid gebied, dus ik vond het toch wel spannend. Daarom heel veel gepraat tijdens het lopen om de beren te waarschuwen en de bearspray binnen handbereik. Maar het was werkelijk een hele mooie wandeling.

Daarna doorgereden naar Rockgarden Trail. Dit is een korte hike van ongeveer een half uur door velden met keien die er in de laatste ijstijd terecht zijn gekomen. De trail loopt door het leefgebied van zwarte beren en grizzlyberen, naar een uitzichtpunt van waaruit je gletsjers en de Rogers Pass kunt zien. Ook weer een erg leuke wandeling. We klauteren over rotsen, zien prachtige mossoorten en genieten van de omgeving. Helaas kunnen we door de wolken de gletsjers niet zien, maar goed, je kan niet alles hebben. We eten hier in de auto ook onze lunch.

We rijden door naar de Giant Cedars Boardwalk. Deze korte wandeling gaat door een regenwoud met cederbomen van meer dan 500 jaar oud. Informatieborden langs de kant van het pad vertellen over het ecosysteem.

Daarna rijden we door naar Revelstoke, onze eindbestemming voor vandaag.

Voordat we naar ons hotel gaan, bezoeken we het Revelstoke Railway Museum. Het Revelstoke Railway Museum erkent en eert de vier naties op wier traditionele grondgebied we samenkomen: de Sinixt, de Ktunaxa, de Secwepemc en de Syilx.

De geschiedenis van de Canadian Pacific Railway door de bergen van West-Canada gaat over grote veranderingen in de geografie, de industrie en het verkeer van mensen, die een cruciale rol spelen in de creatie van Canada als natie. Het Revelstoke Railway Museum speelt een waardevolle en essentiële rol bij het verzamelen, behouden en interpreteren van deze geschiedenis. Het museum toont de historische bouw en exploitatie van de Canadian Pacific Railway in de bergachtige regio van West-Canada, die een cruciale rol speelde bij het ontstaan van Canada. De Revelstoke Heritage Railway Society, opgericht in 1988, streefde de droom na van het bouwen van een Spoorwegmuseum dat de interesse in en het bewustzijn van de spoorwegen en het transport in de regio Revelstoke zou bevorderen. De bouw van het museum werd voltooid in 1992 en opende in 1993 zijn deuren voor het publiek. Helaas voor Walter was het buitengebied van het museum afgesloten voor onderhoud. Maar binnen was het ook heel interessant. Er staat een oude coupe waar je doorheen kan lopen en een oude stoomlocomotief. Ook zien we veel uitleg en foto's van de bouw en aanleg van de railway.

Daarna inchecken bij het Stoke Hotel. Eind van de middag gaan we naar Mainstreet en slenteren wat langs de winkeltjes. We gaan lekker eten bij 112 Restaurant & Grill en dan zit deze dag er ook weer op.



Dag 10 Radium

Omdat we gisteren geen boodschappen meer gedaan hadden voor het ontbijt, besloten we om te gaan ontbijten bij de Bakery and Deli in Golden. Het is tenslotte zondag, dan hebben we thuis ook een uitgebreid ontbijt. Lekker yoghurt met fruit en muesli en een breakfast sandwich, een plat broodje met gebakken ei en bacon. Lekkere kop koffie erbij en wij zijn er weer klaar voor! Omdat ze zoveel lekkers hadden liggen, hebben we hier ook meteen wat gekocht voor onze lunch.

Voordat we naar onze auto gingen, liepen we eerst naar de pedestrian bridge over de Kicking Horse River. Deze brug is de langste vrijstaande houten brug in Canada, ruim 45 meter lang. Hij is in 2001 gebouwd door locale timmermannen naar Zwitsers ontwerp ter nagedachtenis aan de Zwitserse gidsen in deze regio. Het was eigenlijk de bedoeling dat het een stalen brug zou worden, maar daar kwam de lokale bevolking tegen in opstand. Met donaties van onder andere de Rotary hebben zij de houten brug laten aanleggen.

Daarna gingen we op pad richting Radium, dit ligt ongeveer 100 km ten zuiden van Golden. Ze noemen het hier de Golden Triangle, een spectaculaire route van 316 km tussen Golden, Radium. Kootenay Higway en Yoho National Park. Een groot deel hiervan hebben wij al gereden, vandaag was dan het laatste stuk.

Het was echt een prachtige route langs de Columbia Wetlands. Dit is een prachtig gebied rondom de Columbia River met veel moerasland, waterpoelen en de prachtige bergen op de achtergrond. Gelukkig werd het weer ook steeds beter toen we dichter bij Radium kwamen, de zon begon te schijnen en het was rond de 18 graden. Radium is ook wel bekend om zijn hot springs.

De Radium Hot Springs liggen langs een breuklijn, waar al miljoenen jaren lang water in verdwijnt. Het water wordt onder het aardoppervlak opgewarmd en stijgt door de druk vervolgens weer naar de oppervlakte, waar het als badwater gebruikt wordt. Inheemse volken maakten al gebruik van de bronnen, ze dichtten er een helende werking aan toe. In 1914 begonnen kolonisten met de exploitatie. Ze legden een bad aan om het warme water in op te vangen. In dezelfde periode werd Kootenay National Park gecreëerd en kon men het gebied per auto bereiken. Het wellnessresort Radium Hot Springs ligt midden in de bergen van Kootenay National Park en heeft het grootste geurloze mineraalwaterbad van Canada. Het honderd procent natuurlijke water uit de hete bronnen wordt voordat het de baden in stroomt gekoeld tot temperaturen tussen de 37 en 40 graden. De warmwaterbronnen liggen in het park, het was hier ontzettend druk. Vanaf de weg kan je in de hot springs kijken, het bad was echt vol. Dat lijkt me nou niet heel ontspannend. Nou wilden wij hier toch niet naartoe, dus dat kwam goed uit. We reden dan ook verder de Kootenay Highway op.

Het viel ons op dat er echt ontzettend veel oldtimers rondreden, echt van die auto's uit de film Grease. Heel leuk om te zien. Het bleek dat er vrijdag en gisteren een oldtimershow in Radium was waarbij deze auto's ten toon werden gesteld. Vandaag vertrokken ze allemaal weer richting huis, vandaag dat wij er zoveel zagen rijden.

De ijzerrijke wanden van de Sinclair Canyon bieden een mooie natuurlijke entree tot het nationale park. Het is echt heel mooi om hierdoor heen te rijden, die steile rotswanden vlak naast je.

Onze eerste stop was bij Olive Lake, een klein meer vlak naast Kootenay Highway. Het is een prachtig klein meertje met opvallend groen water; ‘emerald’ volgens de Canadezen. Er loopt een kort pad naar het meer toe met aan 2 kanten een uitkijkpunt. In het meer vind je ook beekforel, dit is een kleine forelsoort die niet groter wordt dan 25 cm. Na even zoeken zien we er 1 zwemmen, hij is helaas te ver weg om de rood/groene kleur van de vis te zien.

We rijden nog een stukje verder de Kootenay Highway op naar Kootenay Valley Viewpoint. Vanaf hier heb je een fantastisch uitzicht over de omringende bergen, echt prachtig.

Daarna rijden we door naar Kootenay River Day Use Area, hier staan meerdere picknicktafels zodat we besluiten om hier te lunchen met een prachtig uitzicht over Kootenay River. De zon schijnt, het is hier echt prachtig. Naast ons zit een Canadese vrouw te schilderen, Walter vraagt of hij haar op de foto mag zetten. En natuurlijk mag dat.

Daarna draaien we om en rijden terug richting Radium. We wilden nog een korte wandeling maken. Bij Juniper trail kon je naar een uitzichtpunt op de Sinclair Creek lopen. We zijn wel gestart met deze hike maar hij ging zo steil naar beneden dat ik niet verder durfde. Het was een heel smal pad met een diepe kloof ernaast. Door het leesdeel in mijn bril zie ik het heel slecht als we dalen of ik moet mijn hoofd helemaal naar beneden houden maar dat loopt ook niet fijn. En Walter vond het vooral niet fijn omdat alles wat je naar beneden loopt, je ook weer naar boven moet lopen. Dus we zijn al snel terug naar de auto gegaan.

We zijn doorgereden naar de Sinclair Creek Trail, dit is een wandeling van ongeveer 2,5 km langs het water, een makkie dus. Wel erg mooi, je loopt steeds langs de Sinclair Creek. Ook zagen we hier in het bos vreemde metalen korven staan, het bleek dat deze hoorden bij Frisbee Golf of zoals ze het hier in Canada noemen Disc Golf. Je moet met een frisbee door de bomen heen naar de basket gooien in zo min mogelijk worpen. Ik had nog nooit van deze sport gehoord, is ook niets voor mij.

Na de wandeling nog wat gedronken in het Prestige Hotel in Radium en daarna weer terug naar Golden via dezelfde prachtige weg. Meteen maar even langs de supermarkt gereden om wat boodschappen te doen voor morgenochtend en dan even terug naar de cabin. Vanavond gaan we nog een keer lekker eten bij The Wolf's Den. We hebben daar ontzettend genoten, vooral omdat er live music was. Niet iedereen die optrad was even goed, maar dat maakte eigenlijk niet uit. Het was vooral country music met af en toe wat jazz, echt heel leuk als afsluiting van ons verblijf in Golden.

Morgen verlaten we Golden en rijden we richting Revelstoke.


Dag 9 Golden Golf Club

Vandaag een dagje ontspannen, we gaan namelijk 18 holes golfen. We hadden een starttijd geboekt om 10 uur, maar dat werd helaas vertraagd door de vorst van afgelopen dag. De baan is hier namelijk gesloten als het gevroren heeft. Maar goed, dan had ik nog even tijd om een leuk golfshirtje te kopen, het is hier toch uitverkoop.

Uiteindelijk mochten we dan om 11.15 uur de baan in.

We zaten in een flight met een moeder en haar 12-jarige zoon. Erg aardige mensen, ze vertelden ons veel over de golfclub en de omgeving. Qua niveau kwamen ze gelukkig ook wel met ons overeen. Omdat het hier toch wel heuvelachtig is, hadden we een buggy geregeld. Dat was ook wel heel fijn, de meesten reden hier trouwens met een buggy. Onze flightgenoten liepen de eerste 9 holes en namen daarna ook een buggy.

We hebben zalig gespeeld in een prachtige omgeving. Zo mooi om de bergen op de achtergrond te hebben. Wel duurde het heel lang, we zijn ruim 5 uur bezig geweest. Het clubhuis was niet zoals wij in Nederland gewend zijn, er zat ook bijna niemand. Daarom besloten wij om na het spelen dan ook maar te vertrekken.

Onze flightgenoten hadden ons verteld over een prachtig uitkijkpunt op Mount 7. Deze bergis genoemd naar de karakteristieke "7"-formatie in de sneeuw nabij de top en die rond half juni enkele weken zichtbaar is vanwege het smeltpatroon van sneeuw en ijs op de top. We moesten hiervoor wel een grindweg rijden van 14 km maar dan had je ook wat. Wat een uitzicht, prachtig. Het leek wel On top of the world. Heel leuk was ook dat er net toen wij boven kwamen een paraglider op het punt stond te vertrekken. Prachtig om te zien, je moet het maar durver, rennend een berghelling af en hopen dat je parachute open gaat. Walter stond ook nog even te praten met 2 mountainbikers, zij hadden er 3 uur over gedaan om boven te komen. Nee, geef mij de auto dan maar.

Hierna zijn we lekker gaan eten bij Indian Kitchen, naanbrood, tandoori beef kebab en kipcurry. Een leuke afwisseling na alle hamburgers en steaks. Nu zijn we weer terug in de cabin, voetjes op de bank en rustig aan doen.